Patiënten · Editie I · 2026
Detransitie — de stem die niet mocht
Spijt bestaat. Voor sommigen na een jaar, voor anderen na tien. De Nederlandse zorg telt detransities op een manier waarop het nooit veel wordt — en hoort de stemmen liever niet.
Door de redactie · 7 minuten
"Slechts één procent krijgt spijt" — een cijfer dat in de Nederlandse media ongeveer wekelijks terugkomt. Het komt uit de oudere studies, waarin "spijt" gemeten werd als: terugkomen bij dezelfde kliniek om de transitie ongedaan te maken. Wie naar een andere kliniek ging, telde niet mee. Wie de zorg helemaal verliet, telde niet mee. Wie spijt had maar geen toegang had tot retransitie, telde niet mee. Wie pas na vijftien jaar tot inkeer kwam, viel buiten de follow-up.
Recentere studies met bredere definities en langere follow-up komen op heel andere cijfers. Een Britse cohort-studie (Hall et al., 2021) vond detransitie-frequenties tussen 7 en 30 procent, afhankelijk van definitie en follow-up-duur. Een Amerikaanse studie (Littman, 2021) onder 100 detransitioners liet zien dat 60 procent zich niet adequaat geïnformeerd voelde over alternatieven, 38 procent niet geadviseerd was over fertiliteitsverlies, 22 procent niet was beoordeeld op psychiatrische comorbiditeit.
De vraag is niet of detransitie bestaat. De vraag is waarom de Nederlandse zorg er niet voor toegerust is.
Wat ze vertellen
Detransitioners die zich publiekelijk uitspreken — Keira Bell in het VK, Chloe Cole in de VS, Helena Kerschner als publiciste — beschrijven een opvallend consistent patroon. Een snelle diagnose, een traject dat zich vanzelfsprekend ontvouwt, een omgeving die affirmatie versterkt en twijfel diskwalificeert. Aan de andere kant van de transitie ontdekken zij dat de dysforie niet weg was, slechts vervangen door een nieuwe set problemen — irreversibele lichaamsverandering, infertiliteit, sociale isolatie en het besef dat de oorspronkelijke psychische nood nooit echt was onderzocht.
De Nederlandse blinde vlek
De Nederlandse jeugdzorg-klinieken hebben geen gestandaardiseerd detransitie-protocol. Wie terugkomt vindt geen begeleiding, geen erkenning, geen hulp bij het ontmantelen van wat is opgebouwd. De stem die de evidentie levert voor de zwakte van het oorspronkelijke traject, wordt structureel weggepoetst — omdat zij datgene aanwijst wat het hele model ontkent: dat de bevestiging fout kan zijn.
Bronnen
Hall, R., Mitchell, L., Sachdeva, J. (2021). Access to care and frequency of detransition. BJPsych Open.
Littman, L. (2021). Individuals treated for gender dysphoria with medical and/or surgical transition who subsequently detransitioned. Arch Sex Behav.
Vandenbussche, E. (2021). Detransition-related needs and support — a cross-sectional online survey. J Homosex.